Wanneer een dier bij ons op consult komt, vindt er eerst een algemeen klinisch onderzoek plaats om een diagnose te kunnen stellen en om te bekijken of er aanvullende onderzoeken, zoals röntgen, echografieën of bloedonderzoeken nodig zijn. We beginnen meestal met het stellen van algemene vragen om zo een duidelijker beeld te krijgen van de situatie (= anamnese).

  • Hoe lang heeft het dier de klachten?
  • Was het eerder ziek?
  • Is het dier al behandeld?
  • Hoe is het eet- en drinkgedrag van het dier?
  • Hoe staat het met de ontlasting en de urine?
  • Is het dier sloom of nog alert?
  • Wat is de leefomgeving van het dier?
  • Heeft het dier entingen gekregen?

Tijdens deze anamnese letten we ook op de volgende aspecten:

  • houding
  • conditie
  • afwijkingen
  • gedrag
  • alertheid
  • de houding van de kop

Na de anamnese vindt er een algemeen lichamelijk onderzoek plaats waar we in het bijzonder aandacht schenken aan de volgende belangrijke punten:

  • de ademhaling
  • de pols
  • de temperatuur
  • de slijmvliezen
  • de lymfeknopen
  • de huid en de beharing
  • de buikholte

Wanneer alles goed bevonden is en de dierenarts geen afwijkingen heeft kunnen constateren, zit het klinisch onderzoek er voor zover op. Mochten er aanvullende onderzoeken nodig zijn, dan bespreken wij altijd eerst met de eigenaar wat de mogelijkheden zijn. Komt de patient enkel voor vaccinatie, dan worden deze gegeven aansluitend op het lichamelijk onderzoek.